Omgevingslab Steden en Dorpen

Resultaten

Opvallende resultaten: opgaven en opties


Leefbare Friese steden en dorpen. Waar je prettig kunt wonen, werken en recreëren. Hoe zien die eruit en welke voorzieningen moeten beschikbaar zijn? En zorgt de overheid daarvoor of doen de inwoners zoveel mogelijk zelf? Omgevingslab Steden en Dorpen levert de bouwstenen.

In het Omgevingslab Steden en Dorpen is er gewerkt aan bouwstenen voor de volgende onderwerpen: Energietransitie, klimaatadaptatie, werk, economie, bereikbaarheid, demografie en leefbaarheid, wonen, voorzieningen en ruimtelijke kwaliteit. Veel van de inhoud voor de bouwstenen is opgehaald in een  interactief proces met de Friese samenleving. Tijdens verschillende bijeenkomsten is er gesproken over dilemma’s die de bovenstaande onderwerpen in zich hebben. Veel van deze dilemma’s hadden betrekking op de mate waarin de overheid sturend en regisserend is, of vooral faciliterend om ruimte te geven aan initiatieven uit de samenleving. Dat leverde goede inzichten op in de mate waarin de samenleving ruimte nodig heeft om integrale initiatieven te ontwikkelen, die combineren met de lange termijnvisies en opgaven van de betrokken overheden. 

Deze inhoud is omgezet naar bouwstenen die de overheden kunnen benutten voor hun omgevingsvisies. De bouwstenen duiden een heldere en eenduidige richting én geven aan de verschillende partners ruimte om zorgvuldige afwegingen te maken en die te combineren met de eigen verantwoordelijkheden en toekomstige Omgevingsvisies. 

 


Opbrengst van het lab

De Omgevingswet vraagt om intensieve participatie vanuit de samenleving bij het opstellen van Omgevingsvisies, een open houding van bestuurders voor opinies en initiatieven vanuit de samenleving; kortom Modern Bestuur. De volgende aandachtspunten zijn essentieel bij het ontwikkelen van Omgevingsvisies:

  • Flexibele visie op de toekomst 
  • Vastleggen robuuste structuren (dat wat als zeer waardevol wordt gezien, zoals natuur en monumentale structuren) 
  • Voortdurende monitoring van ontwikkelingen en visies/plannen waar nodig aanpassen 
  • Nauwe samenwerking tussen alle relevante partners 
  • Ruimte voor initiatieven van burgers en voor experimenten 

Energietransitie: Fryslân moet voor 2050 energieneutraal zijn. Dat vraagt om een forse energietransitie met ingrijpende gevolgen voor steden en dorpen. Voor de Omgevingsvisies zijn de volgende bouwstenen geformuleerd: 

  • Overheden en corporaties geven het goede voorbeeld, hun panden en voertuigen zijn voor 2030 energieneutraal. 
  • Gemeenten passen hun bouwverordening aan: alle nieuwe woningen en gebouwen energie neutraal. 
  • Bedrijven worden aangesproken op het ontwikkelen van energietransitie plannen en gebruik restwarmte. 
  • Woningeigenaren worden gestimuleerd via informatie, bewustwording en subsidies tot het energieneutraal maken van hun woning(en). 
  • Overheden ontwikkelen met corporaties, bouwbedrijven, netbeheerder en banken/pensioenfondsen samenwerkingsverbanden voor een integrale aanpak van woningbouwcomplexen, te beginnen bij complexen gebouwd tussen 1970 en 1990: Deltaplan 100.000 woningen

 

  • De grote weersextremenzorgen op veel plekken voor omvangrijke wateroverlast. Voor de belangrijkste knelpunten worden water-opvang-plannen gemaakt, samen met de samenleving. Afhankelijk van de situatie zal worden gekozen voor grootschalige structuur oplossingen (zoals grotere capaciteit riolering) of om meer kleinschalige maatregelen (zoals wadi’s, vergroening omgeving en daken). 

 

  • De technologische ontwikkelingvraagt maatwerk bij het aanbieden van bedrijfslocaties: een helder vestigingsprofiel per bedrijfslocatie en goede afstemming tussen de stedelijke industriecentra. Inzetten op herstructurering van bestaande, verouderde bedrijventerreinen. 

Mobiliteitsveranderingen faciliteren: 

  • Stimuleren fietsverkeer en verbeteren fietsinfrastructuur (fietssnelwegen, verbeteren veiligheid, stalling en oplaadpunten, recreatieve routes). 
  • Autowegenstelsel klaarmaken voor de toekomst (o.a. voor zelfrijdende voertuigen). 
  • Optimaliseren openbaarvervoer door versterken hoofdstructuur (hogere frequentie en sneller) en alternatieven uitwerken voor ontsluitend vervoer, in overleg met de samenleving. 
  • Alle bussen, treinen en voertuigen overheden zero emissie voor 2025. 
  • Knelpunten bij goederen vervoer over water wegwerken. 

 

 

 

Versterken leefbaarheid en vitaliteit steden en dorpen door samen met de samenleving te investeren in woningen, woonomgeving, sociale cohesie, gezondheid, zorg, voorzieningen, bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit: 

  • Provinciaal herstructureringsfonds voor aanpak leefbaarheid en beschermen ruimtelijke kwaliteit en karakteristieke ruimtelijke structuren. 
  • Samen met de samenleving zorgen voor een gezonde woon- en leefomgeving: schoon, heel, veilig, uitnodigen tot bewegen en afgestemd op gebruikers met een beperking. 
  • Zorgdragen voor een toekomstbestendige zorginfrastructuur, van mantelzorg via zorgsteunpunten tot een goede spreiding zorgcentra en verpleeghuizen. 
  • Kwantitatieve opgave woningbouw afstemmen op provinciale prognose, maar wel voldoende ruimte voor nieuwe, toekomstgerichte woonconcepten. Accent op inbreiden boven uitbreiden. 
  • Aanpakken incourante woningvoorraad. Bij karakteristieke woningen van voor 1945 ligt het accent op onderhoud en renovatie, gebruik makend van herstructureringsfonds en dorps-ontwikkelings-bedrijven, samenwerking tussen overheid, samenleving, corporaties en marktpartijen. Bij minder karakteristieke naoorlogse complexen ligt de keuze voor sloop en nieuwbouw meer voor de hand. 
  • Concentratie van het basisonderwijs in integrale kindcentra in de grotere kernen lijkt een onontkoombare ontwikkeling, maar toch willen we proberen de kleinschaligheid in het basisonderwijs zo lang mogelijk vast te houden. 
  • Actief inzetten op herstructureren en toekomstbestendig maken van de regionale winkelstructuur: saneren centra zonder toekomstperspectief en kansrijke centra ondersteunen door concentratie van voorzieningen, verbeteren bereikbaarheid en kwaliteit openbare ruimte. Inrichten provinciaal transitiefonds saneren leegstaande winkels. 
  • Ondersteunen binnensteden door verbreding aanbod aan commerciële, maatschappelijke en culturele functies en activiteiten in een aantrekkelijke omgeving. 
  • Kiezen voor handhaven, loslaten of juist aanscherpen van de kernenhiërarchie. Argument voor loslaten: er is al voldoende geregeld. Argument voor aanscherpen: door veranderingen in de verzorgingsstructuur is het van belang om binnen de categorie van de 400 woondorpen een extra laag van plaatselijke centra te benoemen waar sprake is van een toekomstbestendig niveau van dagelijkse voorzieningen. 

Deel dit: